Het Taptoeschandaal 1891

Het Taptoeschandaal 1891

In juli 1891 bracht de Duitse keizer Wilhelm de Tweede een bezoek aan ons land. Samen met de Koningin Regentes Emma en prinses Wilhelmina bezocht hij op 1 juli Amsterdam. Ter ere van het bezoek werd een taptoe georganiseerd voor het Paleis op de Dam. De hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie de heer Steenkamp en de commissaris van de eerste sectie de heer Stork, die met de algemene leiding was belast, hielden de dag voor de taptoe nog een bespreking. Alles leek prima geregeld. De Dam zou worden afgezet door een detachement van de gemeentepolitie en, voor de gelegenheid speciaal ingestelde, bereden politie op van de huzaren geleende paarden. Om onopgehelderde reden kwamen beiden te laat aan. De Dam stond inmiddels vol mensen en voertuigen. Om ruimte te maken voor de taptoe moest de Dam worden ontruimd. De mensen werden teruggedrongen maar konden niet verder omdat zij klem stonden tegen de huizen. Daarop beval commissaris Stork de wapenstok te trekken. Agenten knuppelden de feestelijk gestemde, gegoede burgers in hun zondagse kleren uiteen, onder het oog van het keizerlijk en koninklijk gezelschap. In de paniek die daarop ontstond vielen gewonden.

De verontwaardiging over het politieoptreden was groot en het ‘Taptoeschandaal’ was geboren. De gemeenteraad besloot een onderzoek in te stellen en riep hiervoor een commissie in het leven. De conclusie van de commissie was voor hoofdcommissaris Steenkamp weinig vleiend. Hoewel niet hij, maar Stork verantwoordelijk was voor het knuppelbevel, werd hij wel verantwoordelijk gehouden voor het niet geven van duidelijke instructies vooraf. De pers startte een heftige campagne tegen hem; in spotprenten, in liedjes met weinig vleiende woorden en zelfs in een revue moest de hoofdcommissaris het ontgelden.

Ook binnen het politiekorps lieten de verhoudingen, na het schandaal, alles te wensen over. Alsof onvoldoende bezoldiging en afmattende dienst nog niet genoeg waren had het personeel nu ook alle vertrouwen in de korpsleiding verloren. Een gevolg hiervan was dat drie agenten in 1894 de Amsterdamse Politiebond oprichtten, een locale vakbond om de belangen van het lagere personeel te behartigen. Hoofdcommissaris Steenkamp legde per 1 oktober 1895 zijn functie neer.

Highlights