core#scopeNote
Om te voorkomen dat een beslagen paard op ijs uitglijdt, gebruikt men hoefijzers met verwisselbare kalkoenen, die door middel van een schroefdraad bevestigd zijn. Het in- en uitschroeven van de kalkoenen gebeurt met een kalkoensleutel. Meestal is dat werktuig samengesteld uit een vierkante ring- en/of steeksleutel, een punt of een hoefkrabber om het vuil uit de schroefgaten te verwijderen en een snijtap om de schroefdraad zuiver te snijden.