text
De Rijkspolitie te water en de watersnood 1953 Algemeen Hoewel aanvankelijk niemand heeft vermoed welke omvang de watersnoodramp 1953 zou gaan aannemen, waren de bemanningen van de R.P.-vaartuigen in het Zuid-Westelijk deel van het land op hun hoede. Waarschuwingen voor hoog water waren gegeven en de normale maatregelen waren getroffen, vooral ten aanzien van de veiligheid van het materiaal. In de nacht van 31 Januari en in de vroege morgenuren van 1 Februari 1953 bleek aldra, dat het springtij en de hevige storm veel schade aanrichtten en het personeel der Politie te Water begon onmiddellijk met het werk in hun naaste omgeving. De Staf in Vlaardingen was present en voor zover mogelijk, werden opdrachten gegeven aan de verschillende onderdelen, om naast het meest dringende reddingswerk, gegevens over de toestand in de bewakingsgebieden te verzamelen en te melden. Van de vroege morgen van de 1ste Februari 1953 af, waren dus alle vaartuigen en al het personeel der Politie te Water in de Afdeling Vlaardingen in actie. Aldra bleek, dat hier van een ramp gesproken moest worden. De vaartuigen van de Afdeling Nijmegen werden onmiddellijk lager uit gedirigeerd, terwijl aan het District Noord der Politie te Water een verzoek gericht werd om vaartuigen en personeel naar het District Zuid te sturen. Hoewel de gegevens die dag nog schaars waren, werd toch ingezien dat het nodig was een nood-organisatie in het leven te roepen in het District Zuid, teneinde in meerdere commando's de moeilijkheden op te vangen en op de meest effectieve wijze personeel en materieel te benutten. Dank zij de mobilofoons werden de verbindingen met de vaartuigen onderhouden en konden de verschillende werkzaamheden zo efficiënt mogelijk verricht worden. ONDER-COMMANDO'S. Op Zondag, 1 Februari 1953 werden de ondercommando's Vlaardingen 9 Dordrecht, Zeeland en Raamsdonksveer geformeerd, het geheel onder commando van de Overste H. van BOXTEL. Commando Vlaardingen : Gebied: Zuid-Hollandse stromen beneden de Moerdijkbrug plus oevergebieden; Nieuwe Maas; Noord benedenstrooms van Alblasserdam; Nieuwe Waterweg; Oude Maas tot Barendrechtse brug; Spui en Botlek. Commandant: Majoor P.C. Silver, later bijgestaan door Majoor A.K. Holthuis. Commando Dordrecht: 'Gebied: Wateren rond het eiland van Dordrecht plus oevergebieden; Beneden Merwede en Merwede tot Gorinchem; Noord bovenstrooms van Alblasserdam; Oude Maas tot Barendrechtsebrug. Commandant : Majoor L.P.II. de Jong 9 later bijgestaan door de Kapitein H.Waakop Reijers. Commando Zeeland : Gebied: De wateren in de provincie Zee-land. Commandant: Kapitein M. de Ruyter. Commando Raamsdonksveer~ Gebied: Biesbosch; Amer; Bergsche Maas tot Andel; Oude Maasje en het Hollandsch Diep bovenstrooms de Moerdijkbruggen. Commandant: Opperschipper H.de Koning, later bijgestaan door Opperschipper B. Kloots. 3. RIJKSPOLITIEVAARTUIGEN. In de loop van Maandag, 2 Februari 1953 7 kwamen de ter assistentie toegestuurde Rijkspolitie-vaartuigen van het District Noord in het rampengebied aan en werden-onmiddellijk verdeeld over de vier Onder-commando's. Het zou te ver voeren om alle veranderingen in de bestemmingen dezer vaartuigen te vermelden, daar zij steeds ingezet werden op die plaatsen waar de meeste behoefte er aan bestond en waarvoor Je vaartuigen het meest geëigend waren uit hoofde van type, diepgang 7 enz. Van het District Zuid zijn ingezet ~ R.P. 1, R.f. 2, R.P.' 3, R.P. 4,' R.P. 5, R.P. 6, R.I. 7, R.P. 8, R.P. 9, R.P. 10, R.P. 1 2 , R.P. 1 4, R.P. 1 6 , R.P. 17 en R. 1). 25. Van het District Noord zijn ingezet : R.P. 37, R.P. 38, R.P. 43, R.P. 44, R.P.45, R.P. 47~ R.P. 49, R.P. 53, R.P. 54, R.P.58, R • P • 5 9 , R • P • 6 2 , R. P • 6 5 , R. Jl • 6 6 , R • P • 6 7 , R.P. 70 1 R.P. 71, R.P. 74, R.P. 75, R.P. 78 en R.P. 79. Totaal: 36 Rijkspolitie-vaartuigen. VERRICHT WERK. Daar het een boekdeel zou vullen om van elk Rijkspolitie-vaartuig de verrichte diensten en werkzaamheden te vermelden, zal worden volstaan met een algeheel overzicht hiervan te geven. Vooral de eerste week is enorm veel werk verzet. Een korte becijfering toont aan, dat de Rijkspolitie-vaartuigen, welke van het District Zuid ingezet waren 7 die week gemiddeld 100 uur dienst gedaan hebben. Het gemiddelde van de Rijkspolitie-vaartuigen van het District Noord zal dit getal zeker evenaren. 'Z '2 1 1 - Ol.1 4. Enige boten zelfs maakten die week 165 en 163 uren, hetgeen, als men nagaat dat er 168 uren in een week zijn, wel spreekt. De eerste twee dagen 9 toen er nog niet gesproken kon worden van georganiseerde hulpverlening9 deden boten en bemanningen wat mogelijk was om de in levensgevaar verkerende mensen te redden. Halsbrekende toeren werden er met de boten uitgehaald en het stemt tot tevredenheid, dat de varenscapaciteiten blijkbaar dusdanig zijn9 dat geen der Rijkspolitie-vaartuigen schade van enige betekenis heeft opgelopen daarbij. Waar in de loop van 1 Februari bleek, dat met vele eilanden in het rampgebied de normale verbindingen verbroken waren9 werden door de Politie Verbindings Dienst met bekwame spoed mobilofoon-installaties en bedieningspersoneel aangevoerd,die per Rijkspolitie-vaartuig naar de getroffen gebieden werden vervoerd. Hierdoor kwamen op 2 Februari 1953 de berichten uit deze gebieden in steeds groter stromen binnen. Behalve deze uitgezette mobilofoons, kwamen ook een aantal van mobilofoon voorziene auto's van de Politie Verbindingsdienst, Rijkspolitie en Gemeentepolitie-korpsen in actie in de getroffen gebieden, waardoor de berichtgeving enigszins begon te draaien. Het vervoer van het verbindingsmaterieel en -personeel, de aanvoer van stroombronnen, reserve-materiaal enz. hiervan, hebben onze boten vrijwel geheel voor haar rekening genomen. Een zeer belangrijke taak daar zonder verbindingen van enige georganiseerde hulpverlening geen sprake kon zijn. In vele gevallen was een Rijkspolitie-vaartuig voor de mensen in het verdronken land, de eerste bode van de "buitenwereld". Typisch is wel de algemene ervaring, dat deze mensen dan vrijwel steeds het idee hadden, dat alleen hun eiland of hun polder ondergelopen was. Behalve het redden van mensen, werd ook onmiddellijk de politietaak ter hand genomen, teneinde de veiligheid van de weggedreven en achtergebleven bezittingen zo veel mogelijk veilig te stellen. Met assistentie van de Rijkspolitie-vaartuigen uit het District Noord der Politie te Water werd een continu-dienst (surveillance) ingesteld en -gelukkig - werden door ons geen ernstige gevallen van diefstal of plundering geconstateerd de eerste weken. In deze eerste week werden zeer vele Rijkspolitie-detachementen, die gedetacheerd werden in het noodgebied, naar de plaatsen van bestemming gebracht . Evenzo werden Rode-Kruis-mensen, artsen, mensen belast met de evacuatie en velerlei andere taken 1 allerlei materialen, eet- en drinkwaren, dekking, schoeisel .en kleding, genees- en ontsmettingsmiddelen naar de geteisterde plaatsen overgebracht. Het was dikwijls verransend te zien, hoeveel goederen en mensen in een politieboot gestuwd konden worden. Behalve deze directe hulpverlening 1 kwamen er legio verzoeken binnen o~ vaartuigen te beloodsen naar de Zuid-Hollandse-en Zeeuwse stromen. De uit heel ons land te hulp snellende schepen moesten voor hen onbekende wateren gaan bevaren en we moesten alle zeilen bijzetten om aan alle verzoeken te kunnen voldoen. Ongeveer 200 IJsselmeervissers bereikten op die manier veilig de Zeeuwse wateren. Na de overstelpende drukte van de eerste week, kon gestreefd worden naar een meer regelmatige dienst gedurende de tweede week, waarbij vooral de politietaak op de eerste plaats gezet werd. Toch moest toen ook nog herhaaldelijk geîmproviseerd worden om aan allerlei dringende verzoeken om assistentie op velerlei gebied te kunnen voldoen. Uitgaande van het principe : "Alles moet kunnen" 1 is er die twee weken in Februari 1953 zeer hard gewerkt. Het moreel is zeer goed geweest, een ieder werkte met volledige overgave en in goede verstandhouding. Dikwijls moesten de bootbemanningen gelast worden het werk te onderbreken om de zo nodige rust te nemen, daar anders de lichamelijke conditie dusdanig zou afnemen, dat dit alleen al uit dienstoogpunt bezien onverantwoordelijk zou zijn. In enige gevallen werden die grenzen al overschreden. Behalve het bootpersoneel, heeft ook het personeel van de staven en van de Herstellingsgroep zeer nuttig werk verricht. De Verbindingskamer op het Districtsbureau werkte - · met assistentie van personeel van het District Noord - op meer dan 100%. Een onafgebroken stroom berichten kwam per radio, telefoon en telex binnen en moest snel en goed verwerkt worden. Dit zenuwslopende werk is doeltreffend en snel verricht en heeft zeer veel bijgedragen tot de hulpverlening. VAARTUIGEN. Hoewel in totaal 36 Rijkspolitie-vaartuigen zeer intensief dienst gedaan hebben en er dikwijls meer van gevergd is dan eigenlijk wel verantwoord was, hebben de reparaties zich vrijwel beperkt tot enige kleinigheden aan de motoren, een.bewijs dus, dat het materiaal in goede staat verkeert, vooral dank zij het zorgvuldige onderhoud door de bootbemanningen zelf verricht. Onder dergelijke buitengewone omstandigheden moest veel meer dan normaal van de boten geëist worden en het is gebleken, dat dit kan. Zij het een aanmoediging voor 'het personeel van de Rijkspolitie te Water, om met nog meer begrip van de noodzaak hiertoe en met de uiterste zorgvuldigheid, hun vaartuigen te blijven onderhouden. VERBINDINGEN Reeds eerder werd het grote belang naar voren gebracht van de verbindingen tijdens de hulpverlening. Behalve de Rijkspolitie-vaa rtuigen waarvan er 16 van een mobilofoon voorzien waren, waren er een aantal radio -auto's van de Politie Verbindings Dienst, de Rijkspolitie en Gemeentepolitie -korpsen in het rampengebied werkzaam. Na enige dagen werden ook een aantal mobilofoonposten geplaast in de noodgebieden . Centraal post Vlaardingen "was continu in de lucht elk etmaal 24 uur en had verbinding, behalve met de reeds genoemde 16 Rijkspolitié-vaartuigen, met een 15- tal radio-auto's en 6 wal -stations. In de eerste week - van 1 tot en met 7 Februari 1 953 - werden er ruim 100 radio-gesprekken en bijna 300 telefoongesprekken verwerkt , alle be trekking hebbende op de hulp verlening, waarbij nog een aantal berichten per telex afgedaan werd. Het bedienend personeel - in drie ploegen van drie man - heeft zich uitstekend van haar taak gekweten, terwijl technici van de Poli tie VerbindingDienst dag en nacht klaar stonden om de apparatuur gaande te houden . Al met al hebben de verbindingen onschatbare diensten bewezen . ,jammer is het daarom slecht één tekortkoming te moeten signaleren n.l. het feit dat niet alle Rijkspolitie-vaartuigen van een mobilofoon voorzien zijn . Naar onze mening zou dit het geval moeten zijn . Een boot is n.l . niet in de gelegenheid - zoals een auto - om even een telefoon op te zoeken om berichten en d oor t e geven , c . q . t e ontvangen , terwijl een geregeld contact tussen de boten en de bevelvoering, voor de dienst van primair belang is . 8 . ONDERLINGE VERSTANDHOUDING . Hoewel er niet aan werd getwijfeld, was het toch verheugend de zeer goede onderlinge verstandhouding tussen het personeel van de beide Districten de Politie te Water te kunnen constateren. Met het oog op de locale bekendheid, werden de bootbemanningen van Noord en Zuid "gemengd" en steeds weer bleek , dat het personeelsapparaat aan boord even soepel bleef door draaien als voorheen . Ook met de Rijkspolitie - "landdienst "was een ze vlot en bereid willige samenwerking . Het is versterkend te kunnen constateren, dat in tijden van nood blijkbaar competentie- kwestie enz . als sneeuw voor de zon verdwijnen en dat tussen ambtenaren van alle Departementen, onderling vlot samengewerkt wordt en men elkaar op alle manieren tracht te helpen . Hulpverlening in de meest brede zin van het woord , legde haar stempel op alle handelingen in het rampgebied en dit is een zeer verheugend feit. NABETRACHTING. Welke les moeten wij , mannen van de Rijkspolitie te Water trekken uit de watersnoodramp 1953? Ik zou het zeer op prijs stellen Uw persoonlijke mening hier over te vernemen , vooral ten aanzien van materiaal , uitrusting,enz . enz . en ik moge U allen dan ook verzoeken Uw gedachten hierover eens op een stuk papier over te brengen n en mij dit - zo mogelijk - voor 1 April aanstaande te willen toezenden. U heeft op alle fronten van het rampengebied gewerkt , o p d e grote , zowel als de kleinere vaarwegen , op de overstromingsgebieden als op de centraalposten . Gezamenlijk moeten we ook uit deze rampzalige watersnood iets zien op te bouwen , opdat wij in de toekomst , wellicht nog beter voorbereid en uitgerust dergelijke catastrophen zullen kunnen bestrijden, c . q . de gevolgen daarvan opvangen. U allen hebt méér dan Uw plicht gedaan , opgewekt , vol goede moed en vervuld van deernis met hen die de ramp getroffen heeft . Z onder ophef heeft U dit gedaan en dat waardeer ik het meest , want hieruit blijkt de ware geest . Nog steeds is de diens t in het rampengebied zwaar voor degenen , die daar de versterkte Politie te Waterdienst ·uitoefenen, doch de eerste twee weken waren een krachtproef , die U glansrijk doorstaan hebt . Hiervoor gaarne mijn welgemeende dank. De Commandant van het District Zuid der Politie te Water , Dir. Officier der politie 2e klasse , ( H.van Boxtel )