Thesaurus term
afluistermethode
Type
schema:DefinedTerm
Naam
afluistermethode
core#broader
core#narrower
core#prefLabel
afluistermethode
core#related
termType
ACTIV
termType
KEYWORD
termType
OBJECT
Gerelateerde objecten
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
IRT-affaire. Gegevens uit de database Lexis-Nexis. Met speciale aandacht voor de volgende onderwerpen: - Korthals / van Traa - Langendoen / koningskoppel - Corruptie / rijksrecherche - Doctors van Leeuwen - 4M-zaak - Internationaal-politie / justitie / criminaliteit - drugs algemeen-soft / hard / XTC / hash - werkmethoden algemeen - Politie-openbaar ministerie / algemeen - Columbiaanse drugskartels - afluisteren Almere Verdere beschrijving als in doos 3190: Een en ander betreft de opheffing in 1993 van het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland/Utrecht. De "Parlementaire Enquêtecommissie Ops- poringsmethoden" werd ingesteld op basis van de Wet op de Parlementaire Enqu- ête uit 1850. Op 7 april 1994 werd de motie-Dijkstal aangenomen in de Tweede Kamer. Op 16 november 1994 werd een debat gevoerd in de Kamer. Op 6 december werd naar aanleiding hiervan de z.g. Commissie-Van Traa ingesteld. Deze commissie had de opdracht onderzoek te doen naar de zware, georganiseerde criminaliteit, naar de opsporingsmethoden en naar de organisatie, het functioneren van en de controle op de opsporing. Voorzitter van de enquêtecommissie was Maarten van Traa (PvdA). De commissie heeft gedurende meer dan een jaar een zeer uitgebreid onderzoek gehouden waarbij honderden personen zijn geïnterviewd, en uiteindelijk 88 personen in het openbaar zijn gehoord. Daarnaast zijn duizenden documenten verzameld en diverse deelonderzoeken o.a. door de wetenschappelijke onderzoeksgroep Fijnaut uitgevoerd. Op 1 februari 1996 bracht de commissie haar rapport aan de Tweede Kamer uit. De voornaamste conclusie van de enquête was dat er sprake was van een crisis in de opsporing. De crisis kende drie elementen: 1. Ontbrekende normen voor het optreden van politie en justitie tegen de georganiseerde criminaliteit. 2. Een niet goed functionerende organisatie van de opsporing als gevolg van onduidelijke besluitvorming over wie nu waar verantwoordelijk voor was. 3. Problemen in de gezagsverhoudingen. Het rapport is van een bijzonder grote invloed geweest op de organisatie van de opsporing in Nederland. Ook is het de basis geweest voor veel wijzigingen in het Nederlands Wetboek van Strafvordering.
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
IRT-affaire. Informatie onder hoofdstuk 100. Enkele onderwerpen speciaal benoemd: Gouden kalf, Britse infiltrant, Kobus L., Horst - opvolger Verhoek, LRT- inbraak en Hakkelaar. Beschrijving als in doos 3190: Een en ander betreft de opheffing in 1993 van het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland/Utrecht. De "Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden" werd ingesteld op basis van de Wet op de Parlementaire Enquête uit 1850. Op 7 april 1994 werd de motie-Dijkstal aangenomen in de Tweede Kamer. Op 16 november 1994 werd een debat gevoerd in de Kamer. Op 6 december werd naar aanleiding hiervan de z.g. Commissie-Van Traa ingesteld. Deze commissie had de opdracht onderzoek te doen naar de zware, georganiseerde criminaliteit, naar de opsporingsmethoden en naar de organisatie, het functioneren van en de controle op de opsporing. Voorzitter van de enquêtecommissie was Maarten van Traa (PvdA). De commissie heeft gedurende meer dan een jaar een zeer uitgebreid onderzoek gehouden waarbij honderden personen zijn geïnterviewd, en uiteindelijk 88 personen in het openbaar zijn gehoord. Daarnaast zijn duizenden documenten verzameld en diverse deelonderzoeken o.a. door de wetenschappelijke onderzoeksgroep Fijnaut uitgevoerd. Op 1 februari 1996 bracht de commissie haar rapport aan de Tweede Kamer uit. De voornaamste conclusie van de enquête was dat er sprake was van een crisis in de opsporing. De crisis kende drie elementen: 1. Ontbrekende normen voor het optreden van politie en justitie tegen de georganiseerde criminaliteit. 2. Een niet goed functionerende organisatie van de opsporing als gevolg van onduidelijke besluitvorming over wie nu waar verantwoordelijk voor was. 3. Problemen in de gezagsverhoudingen. Het rapport is van een bijzonder grote invloed geweest op de organisatie van de opsporing in Nederland. Ook is het de basis geweest voor veel wijzigingen in het Nederlands Wetboek van Strafvordering.
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
"Kollega's", vergelijkend onderzoek bij de Amsterdamse en Haagse politie onder personeel van de assistentie-surveillance-dienst; samengesteld door de Vakgroep Arbeids- en Organisatiepsychologie (1983). "Zo verandert de Amsterdamse politie", uitgebracht door de voorbereidingsgroep activiteitenplan (1982). Contourennota voor de ontwikkeling van de organisatie van de gemeentepolitie Amsterdam (1984). Brochure "Polizei Berlin" (2006). "Activiteitenplan" van de Amsterdamse politie, naar aanleiding van het rapport "Zo verandert de politie" (1983). Rapport "Verander de Amsterdamse Politie", van de Projectgroep Organisatie Politie Amsterdam (1982). "Kreakrant"1 t/m 5, tijdschrift over ontwikkeling bij de Amsterdamse politie en "Een jaar Kreapol" (1977-1979). Informatiebulletin "Markrant"(2006). "Route naar het Regionale Korps", projectprogramma voor de vorming van het regionale korps Noord-Brabant Noord (1991-1993). "Uit velen ÉÉN uit velen" concept "Globaal Concept" Regiopolitie Utrecht i.o. (1991). "Korps in beweging", structuurplan politieregio Noord-Brabant Noord (1992). Globaal concept en definitieve structuur (deel 1), van de politie Midden en West Brabant voor de inrichting van één regionaal politiekorps (1992). "Meer dan de som der delen, regionaal inrichtingsplan van de Politie Regio Utrecht (1992). "Beweging in balans", P&O-beleid regio Utrecht (1992). Jaarverslag 2004 politie Utrecht. "Beleidsplan en begroting 2000" van Politie Haaglanden. "Verbinden in de samenleving", jaarverslag Politie Haaglanden (1998). "Invoeringsplan Dienst Centrale Executieve & Ondersteunende Recherche" van de Regiopolitie Amsterdam-Amstelland (1993). Artikel uit "Het tijdschrift voor Politie", over pseudokoop en afluisteren van de telefoon van een advocaat (1994).
thesaurus term
thesaurus term
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
IRT-affaire. Informatie onder de hoofdstukken 45 t/m 86. Beschrijving als in doos 3190: Een en ander betreft de opheffing in 1993 van het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland/Utrecht. De "Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden" werd ingesteld op basis van de Wet op de Parlementaire Enquête uit 1850. Op 7 april 1994 werd de motie-Dijkstal aangenomen in de Tweede Kamer. Op 16 november 1994 werd een debat gevoerd in de Kamer. Op 6 december werd naar aanleiding hiervan de z.g. Commissie-Van Traa ingesteld. Deze commissie had de opdracht onderzoek te doen naar de zware, georganiseerde criminaliteit, naar de opsporingsmethoden en naar de organisatie, het functioneren van en de controle op de opsporing. Voorzitter van de enquêtecommissie was Maarten van Traa (PvdA). De commissie heeft gedurende meer dan een jaar een zeer uitgebreid onderzoek gehouden waarbij honderden personen zijn geïnterviewd, en uiteindelijk 88 personen in het openbaar zijn gehoord. Daarnaast zijn duizenden documenten verzameld en diverse deelonderzoeken o.a. door de wetenschappelijke onderzoeksgroep Fijnaut uitgevoerd. Op 1 februari 1996 bracht de commissie haar rapport aan de Tweede Kamer uit. De voornaamste conclusie van de enquête was dat er sprake was van een crisis in de opsporing. De crisis kende drie elementen: 1. Ontbrekende normen voor het optreden van politie en justitie tegen de georganiseerde criminaliteit. 2. Een niet goed functionerende organisatie van de opsporing als gevolg van onduidelijke besluitvorming over wie nu waar verantwoordelijk voor was. 3. Problemen in de gezagsverhoudingen. Het rapport is van een bijzonder grote invloed geweest op de organisatie van de opsporing in Nederland. Ook is het de basis geweest voor veel wijzigingen in het Nederlands Wetboek van Strafvordering.
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Afstudeeropdrachten aan de Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Rechtsgeleerdheid (1992 tot 1999): "Gerechtelijk en politioneel onderzoek in georganiseerde B.T.W.-fraude" (R. Emmery, 1993), "Hells Angels en georganiseerde misdaad" (G. van Look, 1994), "De huidige strafrechterlijke normering inzake vrouwenhandel en de werkwijzen van de vrouwenhandelaars" (G. Tierens en D. Verhaeghe, 1995), "Het afluisteren van telefoongesprekken" (N. Janssen, 1996) en "Autozwendel: een beperkte empirisch onderzoek met aandacht voor het georganiseerde en internationale karakter van de dadergroepen" (K. de Win,1999).
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
IRT-affaire. Met speciale aandacht voor de volgende onderwerpen: - Opzet boek Bas van Hout - Van der Plas Coornhertliga - Kroon 1e vier pagina's - Hary Mens 1e vier pagina's - de zaak Groen het verdwenen dossier - brieven Doctors Hooghiemstra - IRT justitie chronologisch - de zaak Charles Z., inbraken & tumult - geörganiseerde misdaad (corruptie en publicaties) - strijd tegen drugs, rechtzaken - de zaak Michael G. Verdere beschrijving als in doos 3190: Een en ander betreft de opheffing in 1993 van het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland/Utrecht. De "Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden" werd ingesteld op basis van de Wet op de Parlementaire Enquête uit 1850. Op 7 april 1994 werd de motie-Dijkstal aangenomen in de Tweede Kamer. Op 16 november 1994 werd een debat gevoerd in de Kamer. Op 6 december werd naar aanleiding hiervan de z.g. Commissie-Van Traa ingesteld. Deze commissie had de opdracht onderzoek te doen naar de zware, georganiseerde criminaliteit, naar de opsporingsmethoden en naar de organisatie, het functioneren van en de controle op de opsporing. Voorzitter van de enquêtecommissie was Maarten van Traa (PvdA). De commissie heeft gedurende meer dan een jaar een zeer uitgebreid onderzoek gehouden waarbij honderden personen zijn geïnterviewd, en uiteindelijk 88 personen in het openbaar zijn gehoord. Daarnaast zijn duizenden documenten verzameld en diverse deelonderzoeken o.a. door de wetenschappelijke onderzoeksgroep Fijnaut uitgevoerd. Op 1 februari 1996 bracht de commissie haar rapport aan de Tweede Kamer uit. De voornaamste conclusie van de enquête was dat er sprake was van een crisis in de opsporing. De crisis kende drie elementen: 1. Ontbrekende normen voor het optreden van politie en justitie tegen de georganiseerde criminaliteit. 2. Een niet goed functionerende organisatie van de opsporing als gevolg van onduidelijke besluitvorming over wie nu waar verantwoordelijk voor was. 3. Problemen in de gezagsverhoudingen. Het rapport is van een bijzonder grote invloed geweest op de organisatie van de opsporing in Nederland. Ook is het de basis geweest voor veel wijzigingen in het Nederlands Wetboek van Strafvordering.
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
IRT-affaire. Informatie onder de hoofdstukken 1 t/m 44 (mei 1996 - augustus1996). Beschrijving als in doos 3190: Een en ander betreft de opheffing in 1993 van het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland/Utrecht. De "Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden" werd ingesteld op basis van de Wet op de Parlementaire Enquête uit 1850. Op 7 april 1994 werd de motie-Dijkstal aangenomen in de Tweede Kamer. Op 16 november 1994 werd een debat gevoerd in de Kamer. Op 6 december werd naar aanleiding hiervan de z.g. Commissie-Van Traa ingesteld. Deze commissie had de opdracht onderzoek te doen naar de zware, georganiseerde criminaliteit, naar de opsporingsmethoden en naar de organisatie, het functioneren van en de controle op de opsporing. Voorzitter van de enquêtecommissie was Maarten van Traa (PvdA). De commissie heeft gedurende meer dan een jaar een zeer uitgebreid onderzoek gehouden waarbij honderden personen zijn geïnterviewd, en uiteindelijk 88 personen in het openbaar zijn gehoord. Daarnaast zijn duizenden documenten verzameld en diverse deelonderzoeken o.a. door de wetenschappelijke onderzoeksgroep Fijnaut uitgevoerd. Op 1 februari 1996 bracht de commissie haar rapport aan de Tweede Kamer uit. De voornaamste conclusie van de enquête was dat er sprake was van een crisis in de opsporing. De crisis kende drie elementen: 1. Ontbrekende normen voor het optreden van politie en justitie tegen de georganiseerde criminaliteit. 2. Een niet goed functionerende organisatie van de opsporing als gevolg van onduidelijke besluitvorming over wie nu waar verantwoordelijk voor was. 3. Problemen in de gezagsverhoudingen. Het rapport is van een bijzonder grote invloed geweest op de organisatie van de opsporing in Nederland. Ook is het de basis geweest voor veel wijzigingen in het Nederlands Wetboek van Strafvordering.
thesaurus term
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Géén deals met criminelen
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Mogelijkheden om af te luisteren worden vergroot
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, Parlementair onderzoek naar de Belgische leveringen van wapens en munitie aan landen die in een gewapend conflict zijn verwikkeld of waartegen een wapenembargo geldt, 1988. Tijdschrift voor de Politie: Samenwerking tegenover functionele centralisatie op politiegebied, C.N. Peijster, 1965. Organiseren op Criminele Organisaties: Beleid en Praktijk, Universiteit Twente, M.R. Daniel, en G.J. Veldhuis, 1994. Experimenten Criminaliteitsbestrijding: Een Tussenbalans, Ministerie van Justitie, E.G.M. Nuijten-Edelbroek, A. Slothouwer en J.L.P. Spickenhauer, 1982. Vereenvoudiging van de Werkzaamheden van de Politie ten dienste van de Justitie, Werkgroep Verbaliseringsbeleid Misdrijven, 1977. Een Afhandelingsprocedure in geval van eenvoudige Winkeldiefstal, verslag en evaluatie van een experiment, W. Scheepmaker, 1974. Staatscourant 7, 2000: Regeling opnemen vertrouwelijke communicatie politie / KLPD; Regeling infiltratieteams. Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies, rapport van de interdepartementale stuurgroep ISMO, 1982. De Nederlandse Gemeenteraad en de Kriminaliteit, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, 1976. Werkgroep Direct Afluisteren, Recherche Advies Commissie, 1991. Tweede Kamer: Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de regeling van het opnemen van gesprekken met een technisch hulpmiddel, 1992 - 1994.
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Veel artikelen betreffende België. Overzicht van de Belgische en de Europese rechtspraak inzake undercover-praktijken, Chr. De Valkeneer. Beginselen van strafrechtspleging, R. Declercq, 1994. Het verzamelen en gebruiken van visuele informatie: foto's, videosurveille en verkeersradars, in Belgisch Politievakblad Politeia, 1994. De wet op het afluisteren van communicatie: een kennismaking, in Politeia, 1995. De toelaatbaarheid van de politie-infiltratie in België, A. de Nauw. Het afluisteren van telefoongesprekken op bevel van de onderzoeksrechter, A. de Nauw, 1983. Gerechtelijke uitspraken en jurisprudentie betreffende afluisteren, België, 1984-1996. La vie privée et le droit de la preuve en matière pénale, J. Messine, 1984. Arrest betreffende de zaak Haemers inzake het afluisteren van telefoongesprekken, 1993. Le contrôle des communications dans un nouveau code de procédure pénale, H. Bekaert, 1978. Enkele recente evoluties in verschillende domeinen van het strafrecht, W. Brosens, 1988. De georganiseerde misdaad, H. Berkmoes. Infiltratie, provocatie en undercoveragenten, J. Scheers, 1993. Rechten van de mens, P.Lemmens, 1985. Ontwerp van wet ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer tegen het beluisteren, kennisnemen en opnemen van privé-communicatie en -telecommunicatie, 1993. De toelaatbaarheid van de politie-infiltratie in België, A. de Nauw, 1987. Artikel in Het Nieuwsblad: Mobilofoons geven gangsters vrij spel, 1994. Artiel in De Stand: Hof van beroep weigert telefoontap als bewijs, 1992. Les limites du secret de l'instruction, in Journal de Proces, F. Tulkens, 1985. Artikel in Belgisch Staatsblad over de Wet tot invoering van een artikel 88bis in het Wetboek van Strafvordering, 1991. Artikel in Journal des Tribunaux: Le secret de l'instruction, H. Bekaert, 1950. Verslag van Parlementaire Handelingen, 1990. Koninklijk Besluit bevattende maatregelen voor de toepassing van verordening 3677/90, 1992. Verslag van het Ministére Public, 1990.
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Afluisteren ten behoeve van de Strafvordering, 1982. De spiegel van het gelijk, regionaal, interregionaal of landelijk (concept 1991). Politieorganisatie bij grootschalig optreden, rapport van de Studiegroep Warnsveld.
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
"De sturing en controle van de politie in het Franse en Nederlandse vooronderzoek in strafzaken", P.A.M. Verrest, 2000. "Ervaringen en wetenswaardigheden studiereis Verenigde Staten", B.W.M. Hendriks en J. Reints, 1989. "De anti-koppelbaasmaatregelen in de programmawet", M. Devroey, 1990. "Maatregelen tegen de aktiviteiten van de koppelbazen", H. Dardenne-Pirlot en A. Moonens-Vandenhoute, 1992. Documenten voor het congres van de Polizei-Führungsakademie, Münster, 1983. Kriminalistisches Institut, Bundeskriminalamt, 1986. "Politiforskning i Norden", H. Koch, Kriminalistik Institut, Kopenhagen, 1982. Krantenartikelen over diverse onderwerpen criminaliteit (1984-1994). Verjaringstermijnen en wetsvoorstel inzake afluisteren, R. Verstraeten. Gerechtelijke documenten betreffende afluisteren. De anonieme getuige, A. de Nauw, 1986. De anonieme getuige, L. de Wilde, 1990. Anonimiteit in het strafproces, L. de Wilde. Telefoonaftap, 1992. Opsporen van telefonische mededelingen. Limites de certains mode de preuve, A. Masset. Les résultats de l'audio-surveillance comme preuve pénale, R. Screvens en N. Lahaye. Juridische beteugeling van afluisteren en onderscheppen van telecommunicatieberichten, L. Arnou, 1994. Krantenartikelen over afluisteren. Afluisterpraktijken tijdens het vooronderzoek en de bewijsproblematiek, D. Moons. Diverse gerechtelijke uitspraken.