Thesaurus term
corruptie
Type
schema:DefinedTerm
Naam
corruptie
core#altLabel
omkoping
core#broader
core#prefLabel
corruptie
termType
ACTIV
termType
KEYWORD
Gerelateerde objecten
thesaurus term
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
"A & K-analyse op een vijftal interceptie organisaties en -systemen", over het aftappen van telecommunicatie, (A.J.M. de Bruijn, 2003). "Het beleidsplan samenleving en criminaliteit" door de werkgroep prioriteitstelling aan de procureursgeneraal bij de gerechtshoven (1986). Rapport van de werkgroep 'Bestrijding zware georganiseerde criminaliteit" (1987). "Aanpak van de georganiseerde criminaliteit, een tussenbalans" (J. Wilzing, 1994). Rapport: "Een speurtocht naar het profiel Recherchekunde" (S.B. Bloemsma en R.J. van Meerten, 2001). Krantenartikelen (Staatscourant,1999) met o.a.: - "Wet tegen misdaad met computers is in lijn met Brussel". - "Binnenlandse Veiligheidsdienst mag onbeperkt telefoonverkeer afluisteren". - "Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus". - "Uitvoering Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus". - "Privacyreglement Meldpunt Ongebruikelijke Transacties". "Falcone programme, annual programme and call for applications for projects for 2000" (1999). "De implementatie van de beleidsnotities van de WODC-monitor georganiseerde criminaliteit in het beleid m.b.t. de landelijke prioriteitstelling" (C.R.L.R.M. Ficq, 1999). Artikel: "Dossier Dijkhuizen" in het Politie Magazine (2001). Project: "Van een 'team van professionals' naar een 'professioneel team', informatieproducten prioritering aanpak zware en georganiseerde misdaad", (Duck IJntema, 2000). "Criminaliteitsbeeldanalyse 1999 Turkije, algemeen deel". "CID, jurisprudentie", themadagen CID, 13 en 14 maart (Mr. F.C.V. de Groot, 1996). "t Neemt toe, men weet niet hoe, financieel-economische criminaliteit in 2010. Scenario's en strategische beleidsvragen" (A.B. Hoogenboom, 2001). "3e Viermaandsrapportage 2001, Project Financieel Rechercheren" (2002). "De organisatie van de strijd tegen economische en financiële criminaliteit in Nederland in het licht van de strijd tegen fraude" (C.J.C.F. Fijnaut, 2000). "De aanpak van hypotheekfraude, de verschillende verschijningsvormen van het fenomeen hypotheekfraude"(Mevr. N.E. Goedèl, 2007). "Het sluitstuk van de transactie: de notarilële akte (H.M.I.Th. Breedveld). "Aanpak van intermediair hypotheekfraude" (J. Olijve MPM).
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
IRT-affaire. Gegevens uit de database Lexis-Nexis. Met speciale aandacht voor de volgende onderwerpen: - Korthals / van Traa - Langendoen / koningskoppel - Corruptie / rijksrecherche - Doctors van Leeuwen - 4M-zaak - Internationaal-politie / justitie / criminaliteit - drugs algemeen-soft / hard / XTC / hash - werkmethoden algemeen - Politie-openbaar ministerie / algemeen - Columbiaanse drugskartels - afluisteren Almere Verdere beschrijving als in doos 3190: Een en ander betreft de opheffing in 1993 van het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland/Utrecht. De "Parlementaire Enquêtecommissie Ops- poringsmethoden" werd ingesteld op basis van de Wet op de Parlementaire Enqu- ête uit 1850. Op 7 april 1994 werd de motie-Dijkstal aangenomen in de Tweede Kamer. Op 16 november 1994 werd een debat gevoerd in de Kamer. Op 6 december werd naar aanleiding hiervan de z.g. Commissie-Van Traa ingesteld. Deze commissie had de opdracht onderzoek te doen naar de zware, georganiseerde criminaliteit, naar de opsporingsmethoden en naar de organisatie, het functioneren van en de controle op de opsporing. Voorzitter van de enquêtecommissie was Maarten van Traa (PvdA). De commissie heeft gedurende meer dan een jaar een zeer uitgebreid onderzoek gehouden waarbij honderden personen zijn geïnterviewd, en uiteindelijk 88 personen in het openbaar zijn gehoord. Daarnaast zijn duizenden documenten verzameld en diverse deelonderzoeken o.a. door de wetenschappelijke onderzoeksgroep Fijnaut uitgevoerd. Op 1 februari 1996 bracht de commissie haar rapport aan de Tweede Kamer uit. De voornaamste conclusie van de enquête was dat er sprake was van een crisis in de opsporing. De crisis kende drie elementen: 1. Ontbrekende normen voor het optreden van politie en justitie tegen de georganiseerde criminaliteit. 2. Een niet goed functionerende organisatie van de opsporing als gevolg van onduidelijke besluitvorming over wie nu waar verantwoordelijk voor was. 3. Problemen in de gezagsverhoudingen. Het rapport is van een bijzonder grote invloed geweest op de organisatie van de opsporing in Nederland. Ook is het de basis geweest voor veel wijzigingen in het Nederlands Wetboek van Strafvordering.
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
lek nog niet gedicht
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Ik ben opgeofferd
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Dossier corruptie: de zelfkant van de Amsterdamse politie
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
IRT-affaire. Informatie onder hoofdstuk 100. Enkele onderwerpen speciaal benoemd: Gouden kalf, Britse infiltrant, Kobus L., Horst - opvolger Verhoek, LRT- inbraak en Hakkelaar. Beschrijving als in doos 3190: Een en ander betreft de opheffing in 1993 van het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland/Utrecht. De "Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden" werd ingesteld op basis van de Wet op de Parlementaire Enquête uit 1850. Op 7 april 1994 werd de motie-Dijkstal aangenomen in de Tweede Kamer. Op 16 november 1994 werd een debat gevoerd in de Kamer. Op 6 december werd naar aanleiding hiervan de z.g. Commissie-Van Traa ingesteld. Deze commissie had de opdracht onderzoek te doen naar de zware, georganiseerde criminaliteit, naar de opsporingsmethoden en naar de organisatie, het functioneren van en de controle op de opsporing. Voorzitter van de enquêtecommissie was Maarten van Traa (PvdA). De commissie heeft gedurende meer dan een jaar een zeer uitgebreid onderzoek gehouden waarbij honderden personen zijn geïnterviewd, en uiteindelijk 88 personen in het openbaar zijn gehoord. Daarnaast zijn duizenden documenten verzameld en diverse deelonderzoeken o.a. door de wetenschappelijke onderzoeksgroep Fijnaut uitgevoerd. Op 1 februari 1996 bracht de commissie haar rapport aan de Tweede Kamer uit. De voornaamste conclusie van de enquête was dat er sprake was van een crisis in de opsporing. De crisis kende drie elementen: 1. Ontbrekende normen voor het optreden van politie en justitie tegen de georganiseerde criminaliteit. 2. Een niet goed functionerende organisatie van de opsporing als gevolg van onduidelijke besluitvorming over wie nu waar verantwoordelijk voor was. 3. Problemen in de gezagsverhoudingen. Het rapport is van een bijzonder grote invloed geweest op de organisatie van de opsporing in Nederland. Ook is het de basis geweest voor veel wijzigingen in het Nederlands Wetboek van Strafvordering.
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Politiële corruptie in Nederland : Een impressie van veertien gevallen
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
IRT-affaire. Informatie onder de hoofdstukken 45 t/m 86. Beschrijving als in doos 3190: Een en ander betreft de opheffing in 1993 van het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland/Utrecht. De "Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden" werd ingesteld op basis van de Wet op de Parlementaire Enquête uit 1850. Op 7 april 1994 werd de motie-Dijkstal aangenomen in de Tweede Kamer. Op 16 november 1994 werd een debat gevoerd in de Kamer. Op 6 december werd naar aanleiding hiervan de z.g. Commissie-Van Traa ingesteld. Deze commissie had de opdracht onderzoek te doen naar de zware, georganiseerde criminaliteit, naar de opsporingsmethoden en naar de organisatie, het functioneren van en de controle op de opsporing. Voorzitter van de enquêtecommissie was Maarten van Traa (PvdA). De commissie heeft gedurende meer dan een jaar een zeer uitgebreid onderzoek gehouden waarbij honderden personen zijn geïnterviewd, en uiteindelijk 88 personen in het openbaar zijn gehoord. Daarnaast zijn duizenden documenten verzameld en diverse deelonderzoeken o.a. door de wetenschappelijke onderzoeksgroep Fijnaut uitgevoerd. Op 1 februari 1996 bracht de commissie haar rapport aan de Tweede Kamer uit. De voornaamste conclusie van de enquête was dat er sprake was van een crisis in de opsporing. De crisis kende drie elementen: 1. Ontbrekende normen voor het optreden van politie en justitie tegen de georganiseerde criminaliteit. 2. Een niet goed functionerende organisatie van de opsporing als gevolg van onduidelijke besluitvorming over wie nu waar verantwoordelijk voor was. 3. Problemen in de gezagsverhoudingen. Het rapport is van een bijzonder grote invloed geweest op de organisatie van de opsporing in Nederland. Ook is het de basis geweest voor veel wijzigingen in het Nederlands Wetboek van Strafvordering.
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Kranten- en tijdschriftenartikelen, alsmede rapporten betreffende de volgende thema's: Artikel 28 politiewet en de bevoegdheden van politieambtenaren bij de handhaving van de openbare orde. Bootbewoners, W. Ellenbroek,Volkskrant, 1977. Communicatie door voorlichting, discussienota van de gemeente Apeldoorn. Corruptie. Districtsrecherche, stageverslag van A. Werners. De dood in de cel, H. Cremers, politiearts. Duister Amsterdam in de greep van geld en geweld, H. Hovinga, Elsevier.. Geldboete en geldontwaring, J. Lisman en W. Steenhuis, Intermediair. Gevaren van de wetenschapsjournalistiek, F. Denkers, Intermediair. Geweldsaanwending door politie-ambtenaren in Amsterdam. Met overzicht van wapengebruik in 1976. Verslag van de gebeurtenissen rond de gijzeling in de Franse ambassade te 's-Gravenhage, 1974. Het informatiewapen van de politie, kanttekeningen bij het rapport "Politie en privacy", F. Kuitenbrouwer. Dossier INTERPOL, politiecomputers zoeken terroristen, W. Rothuizen en B. Schwitters, N.R.C. Kinderpolitie stageverslag van W. v.d. Zwaard. De behandeling van klachten tegen politiefunctionarissen, F. Perrick. Mensenrechten in de slotacte van Helsinki, hun juridische betekenis, H. Schermers. Met tuiten ... einde van een naïviteit, J. van den Dam. Ministeriële verantwoordelijkheid en Openbaar Ministerie na 1976, H. van Maarseveen. Omgangsrecht tussen kind en ouders, G. van Halsema. Vijf jaar omgangsregeling na echtscheiding, voorlopige balans, M. Rood-de Boer. Opvang jeugdig personeel bij de Rijkspolitie. Openbare behandeling van strafzaken tegen minderjarige verdachten, A. Cnoop-Koopmans. Politie bezwijkt voor geld, S. van Houcke, A. Volkert, R. de Vos, T. van Dijk, Nieuwe Revue. Politie en politiek, Duisterwinkel tegen Kalma. De politiebevoegdhden in het wetsontwerp wapens en munitie, G. Aler. De raadsman en het politieverhoor, G. Aler en E. von Brucken Fock. De Raio-opleiding, toen, nu en straks, J. Voûte. Reclassering , eerste hulp, Sociologie van de politie, M. Punch, Intermediair. De taak van het kamerlid bij de (straf)wetgeving, H. Roethof. Vrijheid van meningsuiting voor de politie, C. Peijster, Liberaal Reveil. Wijkagent moet klimaat tussen politie en burgerij verbeteren, J. Mom, Amsterdams Stadsblad. Van heroïne- en wapenhandel tot burenruzie en fout parkeren, D. Veldhuis-IJmker, Korpsblad Gemeentepolitie 's-Gravenhage.
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
oorzaken van normafwijkend gedrag binnen de politieorganisatie
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Strategieën voor corruptiebeheersing bij de poliie : Verslag van een studiedag
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Beleidsplan Rijksrecherche 2003-2007
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Brochure met de presentatie van het nieuwe "uitgaansuniform" van de brandweer, zoals verkrijgbaar eind 2006. Alternatieve voorstellen voor het brandweertuniek per 13 oktober 2004. Huisstijl Brandweer Nederland, onderdeel Functie(onderscheidings)tekens. Draagvoorschrift. Foto's van diverse onderscheidingstekens van de KLPD. Tijdschrift UniVorm, jaargang 1, nummer1, september 2001, uitgave van het Korps Landelijke Politiedienst Logistiek. Monsters van politie uniformknopen. Foto's van schouderbedekking tuniek (licht metaal). Foto's van rangonderscheidingtekens van rijkskroon voor rangen vanaf inspecteur. Foto's van uniformen en van rangonderscheidingstekens van aspirant, surveillant, agent, hoofdagent, brigadier, inspecteur, hoofdinspecteur, commissaris en hoofdcommissaris. Foto's van werkuniform (zomer), alsook met parka. Foto's van Duitse politieagenten. Foto's van korpsbrevet, schouderbedekking trui/ slip-over (geborduurd), schouderbedekking overhemd brigadier (geborduurd), mouw badges overhemd / overkleding, mouwembleem, mouw badge blouson, mouw badge overhemd wit, logo politie metaal, logo op kraagpatje tuniek dames en heren en gesp lijfriem. Persbericht van 4 september 2001 met fotopresentatie van de nieuwe uniformen. Catalogus '99 met informatie over uniform en uitrusting, representatie, motorkleding, kleding verkeerssurveillanten, kleding ME/ME-beredenen, kleding beredenen, kleding politie te water, zomer- en strandkleding, sportkleding, wapens en munitie, technische recherche, maatgegevens en prijslijst. Brochure van Korps landelijke politiediensten Divisie Logistiek "Kennis op de koop toe", met adviezen voor inkopers. Artikel uit de Corps Courant 10, 2001 met de titel Projectleider Herziening Uniform Robert van der Wateren: van kleermaker tot agent. Tijdschriften Algemeen Politieblad nr. 1 en 18, 2001 met informatie over de nieuwe kleding. Artikel uit de Volkskrant met de titel: Corruptie in peppersprayzaak, 2009. Krantenartikelen over de nieuwe uniformen. Krantenartikel: Agent schiet met nieuwe stopkogel. Tijdschrift Alert, personeelsblad politie Midden- en West Brabant, 2002. Krantenartikel uit Het Parool: Weerzin bij politie tegen nieuwe "apenpak". Artikel uit het Algemeen Dagblad: Vernieuwd uniform brengt agent op toilet in problemen. Catalogus 2002 met supplement van de KLPD.
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
IRT-affaire. Met speciale aandacht voor de volgende onderwerpen: - Opzet boek Bas van Hout - Van der Plas Coornhertliga - Kroon 1e vier pagina's - Hary Mens 1e vier pagina's - de zaak Groen het verdwenen dossier - brieven Doctors Hooghiemstra - IRT justitie chronologisch - de zaak Charles Z., inbraken & tumult - geörganiseerde misdaad (corruptie en publicaties) - strijd tegen drugs, rechtzaken - de zaak Michael G. Verdere beschrijving als in doos 3190: Een en ander betreft de opheffing in 1993 van het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland/Utrecht. De "Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden" werd ingesteld op basis van de Wet op de Parlementaire Enquête uit 1850. Op 7 april 1994 werd de motie-Dijkstal aangenomen in de Tweede Kamer. Op 16 november 1994 werd een debat gevoerd in de Kamer. Op 6 december werd naar aanleiding hiervan de z.g. Commissie-Van Traa ingesteld. Deze commissie had de opdracht onderzoek te doen naar de zware, georganiseerde criminaliteit, naar de opsporingsmethoden en naar de organisatie, het functioneren van en de controle op de opsporing. Voorzitter van de enquêtecommissie was Maarten van Traa (PvdA). De commissie heeft gedurende meer dan een jaar een zeer uitgebreid onderzoek gehouden waarbij honderden personen zijn geïnterviewd, en uiteindelijk 88 personen in het openbaar zijn gehoord. Daarnaast zijn duizenden documenten verzameld en diverse deelonderzoeken o.a. door de wetenschappelijke onderzoeksgroep Fijnaut uitgevoerd. Op 1 februari 1996 bracht de commissie haar rapport aan de Tweede Kamer uit. De voornaamste conclusie van de enquête was dat er sprake was van een crisis in de opsporing. De crisis kende drie elementen: 1. Ontbrekende normen voor het optreden van politie en justitie tegen de georganiseerde criminaliteit. 2. Een niet goed functionerende organisatie van de opsporing als gevolg van onduidelijke besluitvorming over wie nu waar verantwoordelijk voor was. 3. Problemen in de gezagsverhoudingen. Het rapport is van een bijzonder grote invloed geweest op de organisatie van de opsporing in Nederland. Ook is het de basis geweest voor veel wijzigingen in het Nederlands Wetboek van Strafvordering.
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
IRT-affaire. Informatie onder de hoofdstukken 1 t/m 44 (mei 1996 - augustus1996). Beschrijving als in doos 3190: Een en ander betreft de opheffing in 1993 van het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland/Utrecht. De "Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden" werd ingesteld op basis van de Wet op de Parlementaire Enquête uit 1850. Op 7 april 1994 werd de motie-Dijkstal aangenomen in de Tweede Kamer. Op 16 november 1994 werd een debat gevoerd in de Kamer. Op 6 december werd naar aanleiding hiervan de z.g. Commissie-Van Traa ingesteld. Deze commissie had de opdracht onderzoek te doen naar de zware, georganiseerde criminaliteit, naar de opsporingsmethoden en naar de organisatie, het functioneren van en de controle op de opsporing. Voorzitter van de enquêtecommissie was Maarten van Traa (PvdA). De commissie heeft gedurende meer dan een jaar een zeer uitgebreid onderzoek gehouden waarbij honderden personen zijn geïnterviewd, en uiteindelijk 88 personen in het openbaar zijn gehoord. Daarnaast zijn duizenden documenten verzameld en diverse deelonderzoeken o.a. door de wetenschappelijke onderzoeksgroep Fijnaut uitgevoerd. Op 1 februari 1996 bracht de commissie haar rapport aan de Tweede Kamer uit. De voornaamste conclusie van de enquête was dat er sprake was van een crisis in de opsporing. De crisis kende drie elementen: 1. Ontbrekende normen voor het optreden van politie en justitie tegen de georganiseerde criminaliteit. 2. Een niet goed functionerende organisatie van de opsporing als gevolg van onduidelijke besluitvorming over wie nu waar verantwoordelijk voor was. 3. Problemen in de gezagsverhoudingen. Het rapport is van een bijzonder grote invloed geweest op de organisatie van de opsporing in Nederland. Ook is het de basis geweest voor veel wijzigingen in het Nederlands Wetboek van Strafvordering.
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Politie : studies over haar werking en organisatie
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Corruptie bij de Nederlandse politie
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Rapport en verslag expertmeeting ten behoeve van het congres "Naar een beter zicht op integriteitsaantasting", over samenwerking van opsporingsinstanties bij de aanpak van de schending van integriteit (1998). Jaarverslagen van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (B.V.D., 1992, 1997 en 1999). Verslagen van de Tweede Kamer (1981 en 1985), betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Correspondentie betreffende een onderzoek aan de Universiteit van Tilburg over integriteit bij de politie (1999). Onderzoeksrapport van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, betreffende democratische controle van inlichtingen- en veiligheidsdiensten (2005). Een afstudeeropdracht aan de Nederlandse Politie Academieen, bestaande uit een onderzoek naar mogelijke oorzaken en gevolgen van normafwijkend gedrag en integriteitsaantasting binnen de politie-organisatie, getiteld "Geen succes zonder U" (H.E. ter Maat en R. Aatsen,1995). Onderzoeksverslag naar de omvang van corruptie en fraude in Nederland (L.W.J.C. Huberts, 1991). Analyse van corruptie bij de politie over de periode 1985-1992 door de Centrale Recherche Informatiedienst (C.R.I., 1993). Rapport over het standpunt van de "Stichting Maatschappij en Politie" , getiteld "Aanpak van corruptie en fraude door management en beleid" (1994). Rapport van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, getiteld "Oorzaken van normafwijkend gedrag binnen de politie-organisatie" (1980). Literatuurstudie van de Nederlandse Politie Academie conceptmodule Corruptie (1996). Folder van het Integriteitsstatuut van de Nederlandse politie (1997). Uitgave Staatsblad 1996 getiteld "De wet, veiligheidsonderzoeken" over vertrouwensfucties en veiligheidsonderzoeken.
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Corruptie en politietransactie
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Het verdachtenverhoor in bijzondere zaken, onderzoeksrapport ten behoeve van de Recherche Advies Commissie, Werkgroep Verhoormethoden, 1999. Met onderzoeksbijlagen. Samenstellers N. Nierop en A. Mooij. Gericht doorpakken, Plan van Aanpak, 2003. Samengesteld door de gemeente Utrecht, Politie regio Utrecht en het Openbaar Ministerie. Veiligheidsstrategie 2003-2006, startnotitie, 2003. Politie Regio Utrecht. Integrale Veiligheidsrapportage, 1993; Tweede Kamer. Jaarverslag Nederlandse Politie 2002. Bovenregionale- en Nationale Recherche succesvol. Marianne van der Linden; kopie uit APB, februari 2004. Twee Projectbulletins van het tijdschrift Nationale Recherche, 2003 en 2004. Tijdschrift Corps Courant met artikel: KLPD verzamelt informatie rond terroristische dreigingen, 2001. Nota over de toedeling van Europol-verzoeken, 2001. Beleidsregels betreffende pre-opsporing, 1999. Vaststelling informatiemodel kernteams, 2000. Weergave themadag werkgroep ZGC/IRT: "rode draden CBA's"", K. Michiels, 2001. Capaciteitsstudie Federale Politie - Algemene Directie Gerechtelijke Politie, S. Corion, 2001.BRT-Bulletin 01, Politie IJsselland, met onder andere artikel: Ontwikkelingen in Nationale en Bovenregionale Recherche, 2002. Conflict over landelijke recherche tussen OM en politie naar kookpunt, W. Schenk, 2001. Pleidooi vooor een nationale politie-intelligence-dienst, 2001. 'HEKTOR' Aanpak drugsoverlast en -criminaliteit in Venlo, Politie Limburg-Noord, 2002. Landelijke politiebrief 2002. Het complexe politiebestel op Schiphol, R. Roodzant, 1991. Beleidsdoorlichting van het rapport Prestatiesturing Politie 2003 - 2006. Jaarverslag 2010 Politie Eindhoven. Jaarverslag 2007 van het College Bescherming Persoonsgegevens. Omkoping van ambtenaren in de civiele sector over de periode 2003 tot en met 2007. De politiële verkeerstaak in Nederland, een inventarisatie, Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, 2003.
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Warmoesstraat wil rust
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Plaaggeesten van de politie
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Platte petten lekken door
Is onderwerp van boek
Type
schema:Book
Naam
Sans rancune : een schokkend relaas